Deel 3 konikpaarden
OVP Oostvaardersplassen

Oostvaardersplassen.org

DE NIEUWE WILDERNIS?

Een uniek natuurreservaat in Flevoland. 

Waar door wanbeheer de natuurwaarde hard is achteruit gegaan en dieren ernstig lijden.

Volg  en like Oostvaardersplassen.org op sociale media:

ATTENTIE !!!
Helaas is het niet gelukt om genoeg geld bij elkaar te krijgen om de hosting voor het komende jaar te betalen. Ik kom nog een flink bedrag te kort. Zelf heb ik dat geld op het moment niet. Wanneer ik dit geld op korte termijn niet bij elkaar krijg, zal deze website binnenkort offline gaan en zouden maandelijks ruim 2,7 duizend bezoekers de artikelen niet meer kunnen lezen.

Giften voor deze website zijn van harte welkom: NL20 SNSB 0933 2784 11, ten name van

M Reuvekamp. Bij voorbaat dank!

Tarpan, wilde paarden, ovp

Konikpaarden zijn geen wilde paarden, maar gedomesticeerde paarden die in het wild leven.

Over hoe er wordt gelogen over de wildheid van de konikpaarden in de Oostvaardersplassen


Het derde deel van de 3-luik: Pseudowetenschap

Uit DNA-onderzoek blijkt dat konikpaarden nauw verwant zijn aan huispaardenrassen, het is dan ook absurd dat Staatsbosbeheer de koniks in de Oostvaardersplassen als wilde dieren beschouwd.
Vergelijk het met zwerfhonden, deze worden ook niet gehouden door mensen, maar leven nog altijd wel bij mensen in de buurt. In de wilde natuur zijn zwerfhonden niet in staat om voldoende voedsel te vergaren, daarom blijven ze in nabijheid van mensen, waar ze zich te goed doen aan eetbaar afval.
Gedomesticeerde dieren worden niet vanzelf wild door ze los te laten in de vrije natuur en ze niet meer te verzorgen, het blijven altijd gedomesticeerde dieren, die afhankelijk zijn van mensen.


Uitsterven van wilde paarden in noord Europa
Tijdens de laatste ijstijd leefden er in de Europa aanwezige grassteppen veel wilde paarden. Toen het klimaat in Europa warmer werd ontwikkelde zich in geheel Europa een bosvegetatie. In Bosgebieden zijn de omstandigheden voor wilde paarden minder gunstig dan in steppegebieden, omdat er in bos minder gras aanwezig is. Door de bebossing van Europa namen de aantallen wilde paarden af, maar een gering aantal wist te overleven.


Wanneer er wilde paarden gedomesticeerd zijn (tot huisdier gemaakt) is niet helemaal bekend. In de loop der tijd werden gedomesticeerde paarden steeds beter bruikbaar voor de mens, eerst vervingen zij de ossen als trekdier, later werden ze ook bereden. De wilde paarden in Europa werden steeds meer als voedselconcurrenten gezien van de gedomesticeerde paarden, zij aten namelijk van dezelfde weides waar ook de huispaarden van moesten eten. De wilde paarden werden om die reden niet alleen maar meer voor het vlees bejaagd, zodat er in de laatste eeuwen weinig wilde paarden overbleven. Naast dat de mens steeds meer bezit nam van het leefgebied van de wilde paarden en paaren werden gebruikt voor vlees en huiden, werden zij binnen de adel zelfs als collector’s item gehouden en als relatiegeschenken aangeboden. In Oost-Pruisen en directe omgeving leefden in de 16e eeuw vermoedelijk de laatste Europese wilde paarden, de tarpans.
In 1780 werden de laatste Noord-Europese wilde paarden gevangen en naar een dierentuin bij het dorp Zwierzyniec (gelegen bij de stad Zamość in Zuidoost Polen) gebracht. Rond 1806 werden deze Tarpans aan de lokale boeren gegeven, waarna zij zich vermengden met de gedomesticeerde huispaarden. Het einde van de wilde tarpan werd hiermee een feit.


Terugfokken naar ‘wilde’ paarden

In het beging van de 20e eeuw ontstond er belangstelling voor uitgestorven Europese diersoorten. Op grond van oude beschrijvingen werden er terug-fokexperimenten uitgevoerd, dit om te laten zien hoe de dieren er vroeger uitzagen.
Om een beeld te vormen hoe de wilde diersoorten er in het verleden eruitzagen, gebruikte men de beschrijvingen uit de dierboeken van Gesner, een verzameling van bonte mengeling van degelijke dierbeschrijvingen en fantasierijke dierbeschrijvingen, en beschrijvingen van fabeldieren. Deze beschrijvingen waren dus niet altijd even correct.
Onderzoek naar het wilde paard schoot niet echt op. Er is wel een beeldvorming ontstaan, maar niet op grond van wetenschappelijke zekerheid.


In 1936 begon professor Tadeusz Vetulai van de Universiteit Poznań pogingen te doen om het oorspronkelijke wilde paard, de tarpan, terug te fokken. Aan de hand van oude beschrijvingen van de tarpan en door het opmeten van schedels die van wilde paarden zijn gevonden, creëerde Vetulai een beeld van hoe het wilde paarden er in het verleden eruit hadden gezien. Volgens Vetulani beschikten paarden uit een bepaalde streek in het zuidoosten van Polen over de meest geschikte genen, daarom begon hij met het terug fokken van wilde paarden in dat gebied. Voor zijn onderzoek mat Veltulai schedels op van paarden die hij kocht bij boeren.
Het resultaat werd het konikpaard. Van Vetulai komt de naam Konik Polski. Koń is Pools voor paard, omdat deze dieren kleiner waren de huispaarden kregen zij de naam konik (konjiek), want konik is Pools voor paardje. In het Nederlands heten deze paarden dus konikpaarden.


De teruggefokte paarden zijn deels vergelijkblaar met de Tarpan. Het skelet en de vacht komen overeen met het originele wilde paard. Maar het is Vetulai, evenals de gebroeders Heck die de tarpan ook terug probeerden te fokken, niet gelukt om de rechtopstaande, korte manen die de tarpan had, terug fokken. Ook was de kop van de tarpan relatief veel groter dan de konikpaarden.
Dat is ook een teken dat de konikpaarden niet als wilde dieren beschouwd kunnen worden. De herseninhoud van gedomesticeerde huisdieren is kleiner dan dat van hun wilde voorouders. Een wolf heeft in verhouding veel meer herseninhoud dan onze huishonden.
Daarnaast zijn de konikpaarden genetisch niet puur hetzelfde als de tarpan.


Tot zijn dood in 1952 zette Vetulai zijn experiment met het fokken van wilde paarden voort. Hij werd daarbij gesteund door de Poolse staat. Ondanks dat de konikpaarden niet echt wild zijn, werd toch het beeld naar buiten gebracht dat konikpaarden echte wilde paarden waren, ook de Poolse staat ondersteunde dit en droeg dit uit, want Polen had met de ‘Konik Polski’ weer iets waar het land trots op kon zijn. Een beeld dat veel mensen vandaag de dag nog steeds van konikpaarden hebben. Van kritieken op zijn experiment heeft Vetulai zich nooit wat aangetrokken.

Na de dood van Vetulai werden de konikpaarden naar Popielno gebracht, waar de konikfokkerij werd voortgezet. Tot het hoofd van deze paardenfokkerij werd Pruski benoemd. Pruski die als achtergrond landbouw had, had niet veel op met het wilde paarden experiment van Vetulai.
In Popielno werd het fokbeleid gewijzigd, er werd nauwelijks meer gericht gefokt op de eigenschappen van wilde paarden, maar meer op doeleinden die economisch rendabel waren, de konikpaarden werden daarom vooral gefokt als gebruikspaard.
In eerste plaatst werd er gericht op gefokt om van het konikpaard een beter landbouwpaard te maken, maar omdat in die tijd tractoren en andere werktuigen de functie van paarden steeds meer overnamen, werd het gebruik van paarden voor de landbouw al snel achterhaald. Men is de konikpaarden toen gaan fokken voor de ruitersport en toerisme, en vanwege het vriendelijke karakter van de konik ook voor de hippotherapie. Daarbij werden konikpaarden ook gekruist met andere paardenrassen. Een klein deel van de paarden werd idealistisch nog wel voor het verwilderen gefokt, maar de fokprogramma’s werden niet strikt gescheiden, waardoor de ‘wilde’ konik ook regelmatig gekruist werden met konikpaarden die voor economische doelen gefokt werden. De konikpaarden, die nooit echt wilde paarden zijn geworden, kwamen door het nieuwe fokbeleid in Popielno nog verder af te staan van de oorspronkelijke wilde paarden. In het buitenland dacht men nog steeds dat men in Polielno gericht fokte op verwildering. De mythe dat over de konik hing als wild paard bleef daardoor in stand. De paarden die Frans Vera in de jaren ’80 van de vorige eeuw naar Nederland haalde kwamen uit Popielno!


Wild of verwilderd


Tembaarheid
Het domesticatieproces, het proces van een wild naar een tam dier, is een langdurig selectie op de juiste kenmerken die een paard tam maakt, daar gaan veel generaties over heen.
Wilde dieren kunnen vrijwel nooit getemd worden, meestal blijft het bij een enkel geval, maar nooit zijn er blijvende successen, ook niet als ze van jongs af aan gehouden worden.
Van de wilde przewalskipaarden is geschreven dat zij niet getemd konden worden, ook de tarpans vonden de boeren niet bruikbaar. Zo zijn ook de voorouders van honden, de wolven, niet te temmen, terwijl honden wel goed trainbaar zijn (domesticatie bij honden).
Verwilderde paarden die naderhand weer gevangen worden, zijn steeds weer hanteerbaar gedrag bij te brengen en zijn dan meestal goed te gebruiken als rijdier. Het blijkt dat vrijwel alle verwilderde paardenrassen makkelijk te onderwerpen zijn. Ondanks verwildering blijft de eigenschap om getemd te kunnen worden aanwezig. Alleen dit al geeft aan dat de konikpaarden in de Oostvaardersplassen en in andere natuurgebieden niet echt wilde dieren zijn!


Grote grazers als vervangers van maaimachines
In de jaren ’70 van de 20e eeuw kwamen er nieuwe inzichten over hoe men de natuur in Nederland moest gaan beheren. Men vond dat de bossen een natuurlijker uitstraling moesten krijgen. In eerste instantie waren Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten daar geen voorstanders van.
Pas in de jaren ’80 veranderde het idee bij SBB.
Men kwam op het idee dat het beheren met grote grazers natuurlijker was dan het beheren met maaimachines. Economische belangen speelden daarbij ook een rol. De natuurbeheerders kregen steeds minder geld binnen met de houtproductie, omdat er geen hout meer nodig was voor de mijnbouw. Het kort houden van de vegetatie door grote grazers is goedkoper dan de alsmaar stijgende loonkosten te moeten betalen van de werknemers die de maaimachines bedienden.


In 1982 werd daarom in de Oostvaardersplassen met een begrazingsexperiment begonnen met een klein aantal jonge runderen. Hiervoor werden Maas-Rijn-IJsselvee, Fries vee en Schotse Hooglandrunderen gebruikt. Dit vond plaats op een oppervlakte van 20 ha op de Stort. De dieren werden ’s winters bijgevoerd en geregeld vervangen door andere runderen. Het experiment duurde tot 1988.
Er werd ondertussen ook nagedacht over het invoeren van andere planteneters.


Het Ministerie van LNV onderzocht in 1984 en 1985 de mogelijkheden om ook een vervanger van het uitgestorven wilde paard bij het natuurbeheer te betrekken. Deze studie werd uitgevoerd door Frans Vera en Gerben Poortinga. Frans Vera had daarvoor in 1983 al illegaal konikpaarden in de Oostvaardersplassen uitgezet.
Voor zijn onderzoek maakten zij vrijwel alleen gebruik van een artikel van Pruski, die het hoofd van de konikpaardenfokkerij in Popielno was, en voor maar een klein deel gebruikten zij artikelen van Slob. Pruski had in 1959 werk gemaakt van het bij elkaar brengen van veel literatuur en bronnen van het uitgestorven wilde paard. Overige (kritische) onderzoeken en discussies over de konikpaarden werden door de auteurs Vera en Poortinga niet meegenomen. Het onderzoek van Vera en Poortinga is daarom een tamelijk smalle basis om te kunnen oordelen of het konikpaard wel geschikt is voor natuurlijke begrazing.

Naast dat slechts de 2 bronnen die Vera en Poortinga voor hun onderzoek gebruikten een smalle basis vormen, verdraaide Frans Vera ook verschillende fragmenten uit Pruski’s artikelen.


  • Pruski schreef dat boeren aan de Pools-Russische grensstreek tot aan de 2e wereldoorlog paarden bezaten die “sterk aan de vroegere wilde tarpans deden denken”.
    Vera maakte daarvan dat de paarden “sprekend op de tarpans leken”.


  • Pruski schreef dat de boeren deze paarden zo goedkoop mogelijk en op een zeer primitieve en halfwilde manier hielden en deze slechts gedeeltelijk, met hoofdzakelijk hooi, bijgevoerd werden. En dat deze paarden behendig vochten met roofdieren.
    Vera maakte deze uitspraak nog extremer door te schrijven dat ze “vrij levend” waren en “zichzelf zonder verzorging in leven zien te houden met bruine beer en wolf als predator”.
    Pruski overdreef zijn beschrijving ook wel, want Bołdyrew vermeldde dat destijds “wild” gehouden paarden onder volledige controle van de boeren stonden.
    De bewering van Frans Vera dat de paarden vrij en zonder verzorging leefden is nergens in de literatuur of andere bronnen terug te vinden, het is dus een verzinsel van Frans Vera. Deze opmerking paste wel goed in zijn visie van het hands-off beleid dat hij in de Oostvaardersplassen wilde gaan voeren, een beleid waar natuurlijke processen leidend moeten zijn. Een verdraaiing van woorden om zijn eigen visie aanvaardbaar te maken.


  • Frans Vera schreef ook dat er rond 1920 circa 20 paarden die het meest representatief waren voor het tarpantype door Velulani van de slager zijn gered en naar een klein terrein gedaan zijn in het woud van Bialowowilza. Deze groep zou volgens hem de basis vormen voor de paarden die in Polen in het Mazurische merengebied in het wild leven.
    De werkelijkheid is precies het tegenovergestelde. Vetulani heeft deze dieren niet van de slager gered, maar juist naar de slager gebracht. Toen Vetulani destijds met zijn onderzoek begon, heeft hij 22 koniks in het district van Biłgoraj uitgezocht, die hij vervolgens naar de slager bracht omdat hij hun schedels wilde opmeten.


  • Over de laatste gevangen tarpans die in een dierentuin bij het het dorp Zwierzyniec leefden, fantaseerde Frans Vera zelf een verhaal waarom deze later aan lokale boeren werden gegeven.
    Vera beweerde dat de tarpans door boeren in de omgeving van hooi werden voorzien, maar door armoede en de omstandigheden waarin de boeren leefden, waren de boeren daar niet meer tot toe bereid. Daarom had de eigenaar van de dierentuin deze wilde paarden maar aan de boeren uitgedeeld.
    Nergens in de literatuur of bronnen is hier iets over te vinden, dus ook deze bewering van Frans Vera is volledig uit zijn duim gezogen.

Als argument om konikpaarden als begrazers voor natuurgebieden te gebruiken, werd aangevoerd dat deze paarden vervangers waren van de uitgestorven wilde dieren en dat deze dieren gehard zijn en goed opgewassen zijn tegen extreme natuurlijke omstandigheden.
Een ander opmerkelijk argument om konikpaarden voor natuurlijk landschapsbeheer te gebruiken was hun uiterlijk. Frans Vera veronderstelde dat het wilde uiterlijk van de konikpaarden niet direct geassocieerd zou worden met de verzorgde huispaarden. Zo hoopte men dat het publiek er dan geen aanstoot aan zou nemen wanneer de dieren ’s winters magerder waren. Zoals wij nu weten is deze veronderstelling anders gelopen dan men heeft gehoopt.


Tot slot
Men heeft geprobeerd om wilde paarden terug te fokken. Konikpaarden zijn het resultaat van dit fokexperiment. Ook al lijken de konikpaarden in de Oostvaardersplassen op het wilde oerpaard de tarpan, het zijn geen wilde paarden. Hooguit verwilderde paarden. Frans Vera probeert zijn visie te propaganderen door uitspraken in publicaties van anderen te verdraaien en fantaseert daar zelf dingen bij. De grote grazers in de OVP zijn goedkope vervangers van maaimachines.


De termen die voor het beleid in de Oostvaardersplassen vaak gebruikt worden, zoals: ‘nagenoeg ongerept oerlandschap’ en ‘natuurlijk’, en de betiteling van de konikpaarden als een ‘(bijna) oerpaard’ en een ‘directe afstammeling van de tarpan’ kunnen beschouwd worden als een vorm van framing. Ook het gebruik van woorden en uitdrukkingen als ‘de natuur haar gang laten gaan’, ‘robuuste natuur’, ‘Serengeti’ en ‘ongerepte wildernis’ kunnen als framing beschouwd worden.


Bij het beheer in de Oostvaardersplassen worden bij de konikpaarden en de heckrunderen vaak de vage term dedomesticatie gebruikt. Daarmee suggereert men dat gedomesticeerde dieren door hun nieuwe natuurlijke leefomgeving in de Oostvaardersplassen het omgekeerde domesticatieproces doorlopen, dus weer net zo wild zouden worden als hun wilde voorouders. Wanneer dat zo zou zijn dan zouden niet alleen de oorspronkelijke fysieke kenmerken terug keren, maar ook de oorspronkelijke gedragskenmerken. Zoals bezoekers van de Oostvaardersplassen wel weten die regelmatig in de buurt van de konikpaarden komen, komen de gedragskenmerken van de koniks meer overeen met de huispaarden dan wilde dieren, ze zoeken meestal bewust (fysiek) contact op met de bezoekers. De konikpaarden zijn dus geen wilde dieren, maar gedomesticeerde dieren die gedwongen, zonder zorg, in het wild moeten leven.


Eerdere delen uit deze 3-luik:

  1. De zogenaamde oer-natuur in de Oostvaardersplassen is gebaseerd op pseudowetenschap

  2. Het is een misvatting dat heckrunderen oerrunderen zouden zijn.


Als je dit artikel en de andere artikelen op de site waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, kan dat door een bedrag op mijn bankrekening over te maken: NL20 SNSB 0933 2784 11 ten name van M Reuvekamp. Meer info...

 

© Copyright Oostvaardersplassen.org. Overname van (gedeeltelijke) teksten en afbeeldingen is niet toegestaan! Het delen van links op sociale media of websites wordt erg op prijs gesteld.


Meer interessante artikelen:


Vindt u dit artikel de moeite waard? Deel het dan op sociale media en/of doe een gift.

Je kunt Oostvaardersplassen ook volgen op sociale media

ATTENTIE !!!
Helaas is het niet gelukt om genoeg geld bij elkaar te krijgen om de hosting voor het komende jaar te betalen. Ik kom nog een flink bedrag te kort. Zelf heb ik dat geld op het moment niet. Wanneer ik dit geld op korte termijn niet bij elkaar krijg, zal deze website binnenkort offline gaan en zouden maandelijks ruim 2,7 duizend bezoekers de artikelen niet meer kunnen lezen.

Steun deze website met een gift

Waardeert je de artikelen op deze website en wil je dat ik door blijf gaan? Dan vraag ik je vriendelijk om mij te steunen door een bedrag naar mij over te maken.

Dat kun je dat doen naar mijn bankrekeningnummer:
NL20 SNSB 0933 2784 11, ten name van M Reuvekamp.




GOEDE DOELEN


Doneren aan ActieVOERgroep kan op

NL70 ABNA 0467 3665 43 ten name van D. Schievink onder vermelding van donatie ovp. Meer info...



Stichting STAMINA zet zich op het juridisch vlak in voor het welzijn van de dieren in de Oostvaardersplassen. Donaties zijn erg welkom:

NL25 TRIO 0379 3888 98 ten name van STAMINA. Meer info...


De aankopen bij de webshop 'Speld in Hooiberg' komen ten goede ter bescherming en verzorgen van dieren, vooral voor het voorkomen van dierenleed. Ga hier naar de webshop.

© Copyright. All Rights Reserved.

ZONDER FINANCIËLE STEUN KAN DEZE SITE NIET BLIJVEN BESTAAN Als je de artikelen op de site waardeert en je waardering wilt laten blijken met een bijdrage, kan dat door een bedrag op mijn bankrekening over te maken: NL20 SNSB 0933 2784 11 ten name van M Reuvekamp. Bij voorbaat dank.

Meer info...
Sluiten X